trendship

Verslag Trendship 2016

Samen met Klaas Nicolay was ik, net als vorig jaar, aanwezig tijdens Trendship. Dit is een jaarlijks evenement over innovatie voor 1500 professionals van ambitieuze MKB-organisaties in Noord-Nederland. Er stonden deze middag drie sprekers op het programma:

  1. Sander Duivestein – trendwatcher
  2. Quentin Schevernels – serial entrepreneur en auteur van Suits & Hoodies
  3. Costas Markides – professor aan de London Business School

Opening met robot Pepper

Het begin was wat ongemakkelijk met robot Pepper, die emoties kan lezen, die samen met de gastheer het evenement opende. Als dit een voorbode is dan voorzie ik veel werkgelegenheid op het gebied van mens-robot communicatiecoaching. De presentaties die volgden bleken mooi op elkaar aan te sluiten. Duivestein vertelde over het digitale tijdperk, Schevernels over de succesfactoren van start-ups en Markides legde uit hoe bedrijven moeten reageren op kansen en bedreigingen van nieuwe technologieën en start-ups. De middag sloot af met The Playground, een zaal vol innovaties.

1. Sander Duivestein

Duivestein ging in 30 minuten door 140 slides heen waarmee hij de zaal op vermakelijke wijze informeerde over, de impact van, nieuwe technologieën. In de lijn van Peter Diamandis en Yuri van Geest vertelde hij het verhaal van de ‘convergerende technologieën’ die niet lineair maar exponentieel groeien. Het veelgehoorde ‘decentraal communiceren’ werd aangehaald en Duivestein refereerde nadrukkelijk aan ‘Digitaal Darwinisme’. Verander of verdwijn.

‘Verander of verdwijn’

Een onheilspellende boodschap die Duivestein ondersteunde met mooie visuals van allerlei indrukwekkende nieuwe technologieën. In dit soort verhalen mis ik wel vaak de duiding. Jaren geleden kwam in soortgelijke presentaties stelselmatig de Google Glass voorbij. Werd een gigantische flop als consumentenproduct. Hoe zit dat met de Apple Watch? Ik zie de meerwaarde (nog) niet. Eerlijk is eerlijk; die zag (en zie) ik ook niet van de iPad. Ik vind het dus lastig om al die technologieën op waarde te schatten, zoals ook later bleek op de Playground (daarover verderop meer), en ik verwacht dat iemand als Duivestein daar meer richting in geeft in plaats van alles op te sommen.

De boodschap die Duivestein in ieder geval meegaf: verandering is de enige constante in het digitale tijdperk. Verander mee of ga naar de klote. Zoiets.

2. Quentin Schevernels

Schevernels verdiende ruimschoots zijn sporen als CEO van Telegraaf, COO van VNU en CEO van Layar. Nadat hij zijn bedrijf Layar verkocht was het tijd voor een sabbatical. Stilzitten kon hij niet en hij deed onderzoek naar de succesfactoren van startups en corporates die hij beschreef in zijn boek Suits & Hoodies. Overigens is de definitie van succes volgens Schevernels een bedrijf dat minimaal 20 miljoen omzet, anders doe je niet mee. Tijdens de presentatie bleken er toevalligerwijs precies zeven succesfactoren te zijn:

Essential 1: Groot dromen
Essential 2: Vernieuwing/innovatie
Essential 3: Product
Essential 4: Cultuur
Essential 5: Talent
Essential 6: Focus
Essential 7: Funding

‘Stick to the basics’

Open deuren? Ja, maar tijdens zijn presentatie kwam de ervaring van Schevernels wel goed naar voren. Hij benadrukte nogmaals dat veel start-ups bezig zijn met het oplossen van een niet-bestaand probleem. Ze bouwen te snel een product en komen er dan achter dat de product-market fit er niet is. Een belangrijke reden voor het falen van veel start-ups. Over iedere essential had Schevernels vanuit zijn achtergrond dan ook wel rake dingen te zeggen. Niet een vernieuwende maar wel steekhoudende boodschap: stick to the basics.

3. Costas Markides

markides

Professor Markides was wat mij betreft de meest interessante spreker van de middag. Hij beschreef strategieën om om te gaan met disruptie. Bijvoorbeeld: een nieuwe speler betreed de markt met een nieuw business model; wat doe je hieraan? Markides heeft de volgende ideeën:

  • Treat the disruption as both a Threat and an Opportunity
  • You need two strategies to respond
  • Pay attention to non-consumers
  • Consider growing your response in a separate unit
  • Protect and support it – don’t give up too early
  • Everybody talks about responding to disruption but you need to create a sense of urgency to actually get action
  • To get the right kind of urgency you need to make the case for change emotional
  • To come up with ideas what to do, forget for a minute your core business and start thinking like an entrepreneur

‘Treat the disruption as both a Threat and an Opportunity’

Markides legde uit dat bedrijven een nieuwe technologie of concurrent eerst negeren, totdat deze te groot/succesvol wordt en raken dan in paniek. Vervolgens wordt er alleen een strategie op de bedreiging ontwikkeld. Markides pleit ervoor om de nieuwe ontwikkeling te zien als zowel een Bedreiging als een Kans en dus twee strategieën te ontwikkelen. Vervolgens is het opzetten en beschermen van een nieuwe unit van belang. Hij gaf het voorbeeld van Kodak dat al in 1975 een digitale camera patenteerde. Er werd echter gedacht dat de nieuwe camera de verkoop van filmrolletjes zou kannibaliseren. De toekomst van Kodak had er heel anders kunnen uitzien als de nieuwe unit was beschermd.

The Playground

The Playground was weer een snoepwinkel met als publiekstrekker de nieuwe Tesla Model X. De gepresenteerde technologieën gingen niet echt voorbij gadget-niveau. Een VR-bril die een achtbaan laat zien, dansende robots, de Smartflower (een all-in-one zonne-energiesysteem in de vorm van een bloem), tweearmige robot Yumi, een 3D-printer die een vingerhoedje printte, de HoloLens met hele matige visuals.

Echt heel tof, maar ik had graag wat meer toegepaste mogelijkheden gezien. Een hart-operatie oefenen met een VR-bril op bijvoorbeeld? Of een robot die al écht interacteert met bijvoorbeeld een bejaard iemand? Een 3D-printer die grondstoffen of voedsel kan printen in een verwoest gebied? Wellicht was deze setting daarvoor niet geschikt, maar als je echt mensen wilt aanzetten tot innoveren dan moet je ook inspirerende voorbeelden laten zien lijkt me.

Conclusie

De nieuwe technologieën komen er snel aan, bedrijven moeten deze technologieën zien als bedreiging én kans en zodoende veranderingsstrategieën doorvoeren waarbij ze oog houden voor de basics.

Nog een kritische noot tot slot. Ondanks de overvloed aan nieuwe technologieën was Trendship ook dit jaar weer een ouderwets centraal georganiseerde middag, met 1500 man in een zaaltje, kijkend naar Powerpoint-Presentaties van mannen boven de 40. Walk the talk, Trendship! Volgend jaar iedere inschrijver een VR-bril thuissturen waarmee we vanuit huis of kantoor het event kunnen volgen?

Trendship: dank voor de organisatie en inspiratie en tot volgend jaar.

Waarom de slager zijn worst niet hoeft te laten zien in zijn logo

Sorry vegetariërs en dierenvrienden; ik eet graag vlees. Zodoende kom ik geregeld bij de (scharrel) slager. Wanneer ik daar naar binnen loop komt de geur en kleur van vlees mij tegemoet. De vitrine ligt vol met smakelijk ogende lapjes en plakjes. Ik zie witte schorten en geslepen messen. Alles wijst er op dat ik mij in een slagerij bevind. De slager hoeft mij niet expliciet zijn worst te laten zien.

In zijn logo bedoel ik.

Vaak verwachten we teveel van een logo. We willen de wereld vertellen wie we zijn, wat we doen, wat we kunnen doen voor de doelgroep, etc. Als je dat allemaal in een logo wil stoppen, krijg je domweg een slecht logo.

apple-pepsi-shell-frankbruin-logo-blog

Stel je voor dat Apple nog geen logo heeft en dat een ontwerper alles in het logo verwerkt wat het bedrijf doet. Dan zou Apple zou geen appel als beeldmerk hebben maar een stel schermen van telefoons, tablets en laptops. Met als tagline: ‘We sell phones, tablets and laptops’. Pepsi zou een flesje cola afbeelden. En Shell zou geen schelp hebben maar een olievlek, boorplatform of tankstation.

De kracht en eenvoud van deze logo’s zou volledig wegvallen.

Wat is een logo eigenlijk?

Logo’s zijn overal. Kijk maar eens om je heen, ik bedoel waar je nu zit. Kijk eens rond. Hoeveel logo’s en labels zie je? Op je kleding, je apparaten en in je kasten. Het zien van deze logo’s zorgt voor herkenning. Een logo is een identificatiemiddel. Hieronder een aantal logo’s dat zichtbaar is in mijn woning.

Diverse logo's

Een logo is een grafische uiting van de bedrijfs- of productnaam. Een logo kan bestaan uit een woordmerk, beeldmerk of combinatie van beide. Het woordmerk is de naam geschreven in een bepaald lettertype, in een bepaalde kleur met een bepaalde grootte. Het beeldmerk kan bijvoorbeeld een monogram, vignet of zegel zijn. Een logo is een visuele vertaling van de identiteit van het bedrijf of product.

Een logo is onderdeel van de visuele identiteit
Vergelijk het met je eigen identiteit. Dat is het beeld dat je van jezelf hebt. Onderdeel van dit zelfbeeld is je uiterlijk. Als ik naar mezelf kijk zijn er een aantal herkenbare punten. Ik ben lang, heb blond haar (vooralsnog), blauwe ogen, een baard en een markante neus. Zodra ik een familiefeestje bezoek vermoeden ze, ondanks het feit dat ik vaker af- dan aanwezig ben, al snel dat ik het ben. Een logo is onderdeel van de visuele identiteit van een bedrijf. Het gezicht van jouw onderneming.

Er bestaan wat misverstanden over een logo. Een logo leidt bijvoorbeeld niet tot meer klanten of verkopen. Dat is de taak van marketing. Een logo verbetert niet het bedrijf of de organisatie. Dat is aan de managers en CEO’s. Een logo hoeft ook geen prijzen te winnen.

Zo zijn er nog meer dingen die een logo vooral niet hoeft te zijn, om goed te werken als identicatiemiddel.

Een logo hoeft niet uniek te zijn

Je zou denken, omdat jouw bedrijf of merk zo speciaal is, dat je een uniek logo nodig hebt. Zo’n logo waar er maar één van is op de hele wereld. Dit valt wel mee. Kijk maar eens naar deze logo’s van Honda, Sony en Volvo. Ze hebben ongeveer hetzelfde lettertype, zijn gezet in kapitalen en hebben ongeveer hetzelfde aantal letters. Toch lukt het ons prima om deze merken los van elkaar te herkennen.

honda-sony-volvo-frankbruin-logo-blog

Een logo hoeft niet mooi te zijn

Een logo is een vorm van communicatie richting de doelgroep. Die doelgroep is meestal divers en bestaat uit veel mensen met evenzoveel wensen. Niet iedereen heeft dezelfde smaak. De één vind een logo prachtig, de ander vind het lelijk en waarschijnlijk heeft 99% niet eens nagedacht over wat hij of zij überhaupt van een logo vindt.

Als je een supermarkt binnenwandelt op zoek naar vlokken, dan wil je er niet om hoeven zoeken. Als het goed is staat het pak op dezelfde plek en hoogte als altijd en zorgt de combinatie van tekst, vorm en kleur voor herkenbaarheid. Zonder na te denken grijp je het juiste pak en gooi je dit in je winkelmandje. Op naar de pindakaas!

ruijter-choca-frankbruin-blog

Zowel het logo van De Ruijter als Choca is herkenbaar. Zoals ik zei, over smaak valt te twisten, en persoonlijk vind ik het logo van De Ruijter mooier, maar dit is niet waar het om gaat. Laten we even snel kijken naar wat de logo’s en verpakking communiceren.

Het logo van De Ruijter
Het logo van de Ruijter heeft een sierlijke letter, in een bruine kleur, in combinatie met een kroontje als beeldmerk. Het oogt daardoor redelijk premium. Bovendien staat het pak letterlijk hoger dan dat van Choca. Op het pak staat een royaal (denk weer aan het kroontje) belegde, witte boterham waar een hap uit is genomen. Je proeft bij wijze van spreken al dat je een boterham met vlokken aan het eten bent.

Het logo van Choca
Het logo van Choca is veel simpeler uitgevoerd. Een strakke, gecondenseerde, moderne letter in een rood vlak. En op de verpakking staat in dit geval geen brood, maar alleen de vlokken. Minder beleving. Ook minder mooi? Eigenlijk doet dat er niet toe. Het ziet er in ieder geval goedkoper uit dan het pak van De Ruijter. En dat is nu precies de bedoeling.

Overigens, valt het je ook op dat er geen vlokken in het logo zitten, maar dat die zijn afgebeeld op het pak? Dit brengt me bij het volgende punt.

Een logo hoeft niet direct gerelateerd te zijn aan je product

Pringles Starbucks Lacoste

Een logo heeft niet per se een duidelijk verband met het product of de dienst nodig. Kijk bijvoorbeeld naar de logo’s van Pringles (waar zijn zijn wenkbrauwen eigenlijk), Starbucks (een zeemeermin en koffie?) en in het bijzonder Lacoste. Wat heeft een krokodil te maken met het maken van een t-shirt? Het verhaal gaat als volgt.

Lacoste

René Lacoste was een tennisster. Hij won zeven grand slams. Twee jaar lang was hij de nummer één van de wereld. In Boston kwam Lacoste eens een kapitein tegen met een koffer van krokodillenleer, waarvan hij zo onder de indruk was dat hij een deal sloot met zijn toenmalige trainer. Bij winst tegen Australië, een partij in het kader van de Davis-cup, zou Lacoste een soortgelijke koffer krijgen van zijn trainer. De plaatselijke pers pikte het verhaal op en schreef na verlies van Lacoste: ‘Lacoste heeft gisteren weliswaar zijn koffer van krokodillenleer verloren, maar daartegenover staat dat hij als een ware alligator heeft gespeeld!’ Dit voorval zorgde ervoor dat zijn vrienden hem in Frankrijk le Crocodile, de Franse vertaling voor alligator, gingen noemen.

In 1926 bedacht René Lacoste een tennisshirt met korte mouwen van katoen zodat de transpiratie goed werd geabsorbeerd. Om zich te onderscheiden van andere spelers in het circuit, liet Lacoste op zijn eigen poloshirt het symbool borduren van de krokodil en zo ontstond een wereldwijd bekend merk.

Wat maakt een logo dan wel goed?

Zoals eerder gezegd: de fundamentele taak van elk logo is identificatie. Een logo is niet iets dat je gaat bestuderen en lezen. Het is vluchtig. Een logo is een icoon of symbool dat je herkent als geheel. Je merkt het op en je gaat verder met je dag. Om in die vluchtigheid op te vallen, zijn er een aantal kenmerken voor een goed logo.

Een goed logo is simpel
logo-underground

Een goed logo is herkenbaar

Logo McDonalds

Een goed logo is tijdloos

Logo Coca Cola

Een goed logo is veelzijdig en flexibel

Logo WWF

Ook in zwart-wit op postzegel-formaat komt dit logo nog goed uit de verf.

Een goed logo past bij de identiteit

Logo ToysRUs

Mijn slager maakt het allemaal niet zoveel uit. ‘Wat er aan mijn gevel hangt? Dat zal me worst wezen!’

 

 


 

Dit artikel is gebaseerd op:

https://www.lynda.com/Logo-Design-tutorials/Before-After-Logo-Design-Tips-Tricks/380379-2.html

http://justcreative.com/2009/07/27/what-makes-a-good-logo/

Fotoserie: Transformatorhuisjes

Ik was vanochtend backups aan het maken en kwam een serie foto’s tegen van Transformatorhuisje die ik een jaar of vijf geleden schoot. Ik zou nu wel een hoop dingen anders doen geloof ik. Zo had ik geen camera met GPS en heb ik dus geen idee van de locaties van de huisjes. Ook was ik wel erg scheutig met het HDR-effect. Maar al met al een grappige serie van deze vreemde snuiters in het Friese landschap.

 

Pagina 1 van 812345...Minst recente »